Monitor infrastructuur en Ruimte 2018

De Monitor Infrastructuur en Ruimte 2018 is de vierde rapportage over het doelbereik van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het voormalige ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM), nu de ministeries van Binnenlandse Zaken (BZK) en Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Op dit moment is de Nationale Omgevingsvisie in voorbereiding, die de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte zal vervangen. Deze zal in 2019 verschijnen. Het PBL heeft op verzoek van het toenmalige ministerie van IenM toegezegd om de monitor van de SVIR met ingang van 2020 te hebben omgebouwd tot een monitor van de Nationale Omgevingsvisie.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) streeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) monitort om de twee jaar dit doelbereik in de Monitor Infrastructuur en Ruimte.

Meeste economische en mobiliteitsdoelen gehaald

De Monitor Infrastructuur en Ruimte 2018 (MIR) laat zien dat veel van de economische en mobiliteitsdoelen van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (vrijwel) zijn gehaald. Denk daarbij aan het versterken van de concurrentiekracht van stedelijke regio’s, het vergroten van het aanbod van infrastructuur en de toegenomen beschikbaarheid van het autosnelwegennet.

Agglomeratiekracht toegenomen, maar verstedelijking aan stadsranden heeft deze groei afgeremd

De agglomeratieomvang is, naast de daar aanwezige private kennis, de belangrijkste concurrentiefactor voor de Nederlandse regio’s. Juist op deze factoren scoren zij laag ten opzichte van die Europese regio’s waar zich de directe concurrenten bevinden van de bedrijven in de Nederlandse regio’s.
Wel is bij de agglomeratieomvang een verbetering zichtbaar. Wonen en werken raakten meer geconcentreerd. De nabijheid van wonen en werken is in de periode 1996-2016 toegenomen met ongeveer 4 procent. De grootste toename van arbeidsplaatsen en bevolking vond namelijk plaats in stedelijke regio’s. Zowel de verdeling van de bevolking over provincies (sterkere groei van de Randstadprovincies) als die verdeling over gemeenten (sterkere groei van de centrale steden) hebben bijgedragen aan een grotere nabijheid van wonen en werken.
De verbetering van de nabijheid is echter enigszins getemperd, doordat een belangrijk deel van deze groei plaatsvond aan de stadsranden. De werkgelegenheid blijft nog steeds vooral groeien op autolocaties. Wat betreft de ontwikkeling van het aantal inwoners in relatie tot de ligging van infrastructuur is een kentering te zien. Was de toename lange tijd het grootst op autolocaties, de laatste jaren is deze groter op multimodaal (auto + openbaar vervoer) goed ontsloten locaties.

 Lees het hele artikel en het uitgebreide toelichting op de Monitor op www.pbl.nl

© Copyright 2018 iAMPro - Privacy statement - Cookie statement - Disclaimer - Voorwaarden - Beheerd door
Scroll naar boven