Onderhoudsmanagement

Onderhoud zorgt ervoor dat assets blijven presteren en dat risico’s worden verminderd. Te weinig onderhoud levert problemen op, te veel onderhoud kost onnodig veel geld. Onderhoudsmanagement heeft tot doel dat op het juiste moment het juiste onderhoud kan worden uitgevoerd.

Het onderhoud van (technische) systemen omvat alle activiteiten die ten doel hebben het systeem in een zodanige technische staat te houden of terug te brengen, dat het zijn functie naar behoren kan vervullen.

Binnen assetmanagement wordt het onderhoud uitgevoerd op basis van het beheersen van risico’s. De volgende twee voorbeelden illustreren hoe dat werkt.

  1. Twee identieke rioolgemalen hebben dezelfde capaciteit. De kans op uitval is voor beide gemalen ongeveer gelijk, maar de gevolgen hiervan zijn verschillend. Als het tweede rioolgemaal uitvalt, treedt de nabijgelegen overstort sneller in werking. De risico’s (faalkans x gevolg) voor de beide gemalen zijn dus niet gelijk. Gemaal twee heeft een hoger risicoprofiel. Om de risico’s voldoende te beheersen, moet gemaal twee intensiever onderhouden worden.
  2. Twee identieke rioolgemalen hebben dezelfde capaciteit. In beide gevallen zijn de gevolgen bij uitval ongeveer even groot. Alleen hebben de gemalen nu verschillende restlevensduren. Het eerste gemaal is pas 3 jaar geleden geïnstalleerd, het tweede gemaal is 30 jaar oud. Uit de storingsregistratie blijkt dat dit tweede gemaal vaker stoort. Gezien de leeftijd is dit niet verwonderlijk. Ook nu geldt dat de risicoprofielen van de twee gemalen van elkaar verschillen. Het tweede gemaal heeft een hoger risicoprofiel. Door frequenter onderhoud uit te voeren op dit gemaal, wordt voorkomen dat het gemaal (vaker) in storing valt.

Onderhoud op basis van risicobeheersing en prestaties is dus maatwerk. Voor het onderhoudsschema wordt gekeken naar de faalkansen (kans op verlies van functie) en de gevolgen die daarbij optreden. De maatregelen zijn bedoeld om het risico naar een acceptabel niveau te brengen. Voor wegen betekent dit bijvoorbeeld dat het onderhoud wordt afgestemd op het gebruik van de weg en op de mogelijke gevolgen van schades aan de weg voor gebruikers.

Risicobeoordeling

Onderhoud op basis van risicobeheersing begint met het in beeld brengen van het risicoprofiel (de kritikaliteit) van de assets. Hoe dit in zijn werk gaat, is te lezen bij het thema ‘Risicomanagement’.

Het is veel werk om voor alle assets tegelijk het risicoprofiel te bepalen. Daarom wordt eerst een grove schifting gemaakt in assets die een grote en een kleine invloed hebben op het systeem of op de omgeving. De assets met een grote invloed komen als eerste aan de beurt, daarna volgt de rest.

Door de jaren verandert het risicoprofiel van de assets. Veroudering speelt een belangrijke rol, maar ook veranderingen in de omgeving en in het assetsysteem kunnen grote invloed hebben op het risicoprofiel. Daarnaast kunnen de risico-acceptatiegrenzen veranderen, bijvoorbeeld als de organisatiewaarden veranderen. De risicogetallen (of kritikaliteitsscores) van de assets moeten daarom periodiek worden geactualiseerd.

Risicobeheersmaatregelen

De volgende stap is het benoemen van maatregelen om van de onacceptabele risico's weer acceptabele risico’s te maken. Dit kunnen, naast onderhoudsmaatregelen, ook aanpassingen in het ontwerp (modificaties) zijn, vervangingen, maatregelen die de gevolgen beperken, of maatregelen die voor een beter proces zorgen. Een speciale beheersmaatregel is het aanleggen van reserve-assets (redundants). Als een asset het begeeft, kan in dat geval meteen worden overgeschakeld op de reserve-asset. Een voorbeeld hiervan is de dubbele opstelling van pompen in een rioolgemaal.

De risicobeheersmaatregelen laten zien dat onderhoudsmanagement één van de ingrediënten van assetmanagement is, maar zeker niet hetzelfde als assetmanagement.

Onderhoudsmaatregelen

Onderhoudsmaatregelen zijn ruwweg te verdelen in de volgende typen:

  • Preventief onderhoud:
    1. Toestandsafhankelijk onderhoud (TAO)
    2. Gebruiksduurafhankelijk onderhoud (GAO)
  • Correctief onderhoud:
    1. Storingsafhankelijk onderhoud (SAO) (Engels: Run to Failure)
    2. Functioneel testen (FT)

Als vuistregel worden toestands- en gebruiksduurafhankelijk onderhoud toegepast op assets die kritiek zijn (hoog risicogetal); storingsafhankelijk onderhoud wordt toegepast op assets die niet-kritiek zijn (laag risicogetal). Onderhoudsstrategieën kunnen nader worden bepaald aan de hand van de volgende beslisboom.

onderhoudsmgmt_beslisboom.png

Voor alle maatregelen geldt dat deze:

  1. het risico terugbrengen naar een acceptabel niveau;
  2. technisch haalbaar zijn;
  3. economisch de moeite waard zijn.

Toestandsafhankelijk onderhoud

Voor toestandsafhankelijk onderhoud (TAO) moet de conditie van de asset meetbaar zijn en moet er een zogenoemd P-F-interval (potential to functional failure interval) beschikbaar zijn. Binnen dit interval is het toekomstig falen meetbaar en voorspelbaar in de tijd. Ook moet er voldoende tijd zijn om te kunnen ingrijpen. Zo heeft een P-F-interval van 5 minuten weinig praktische waarde. Een P-F-interval van 4 weken heeft dat wel. Een onderhoudsmanager kan dan besluiten om driewekelijks te inspecteren. Dan is er in het ongunstigste geval altijd nog een week om in te grijpen en falen te voorkomen. Het onderhoud is in deze situatie technisch haalbaar. Maar de onderhoudsmaatregel moet ook 'economisch de moeite waard' zijn. Stel dat de driewekelijkse inspecties erg veel geld kosten en niet in verhouding staan tot de faalkosten, dan ligt een andere beheersmaatregel meer voor de hand.

Gebruiksduurafhankelijk onderhoud

Gebruiksduurafhankelijk onderhoud van kritieke assets vindt plaats als goed te voorspellen is wanneer een asset gaat falen, of als het op vaste tijden preventief vervangen van onderdelen goedkoper is dan curatief vervangen bij falen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij het vervangen van lagers en het conserveren van staalconstructies.

Het is ook mogelijk dat de levensduur niet goed te voorspellen is, maar dat er wel een schatting kan worden gemaakt aan de hand van conditiemetingen. In dat geval is toestandsafhankelijk onderhoud (TAO) meer geschikt. De keuze tussen TAO en GAO vindt plaats op basis van een economische analyse.

Storingsafhankelijk onderhoud

Storingsafhankelijk Onderhoud (SAO) vindt in het algemeen plaats wanneer een asset(onderdeel) niet kritiek is en mag falen. Denk bijvoorbeeld aan een reguliere drinkwaterdistributieleiding, of aan de lamp in het toilet van het brugwachtershuisje. In het laatste voorbeeld kan, door ervoor te zorgen dat een reservelamp onder handbereik is, de storing snel verholpen worden.

SAO is niet hetzelfde als correctief onderhoud. Correctief onderhoud is het repareren van kritieke assets die hebben gefaald. Deze mogen in principe niet falen. Incidenteel kan dit toch gebeuren, omdat niet alle faalvormen te voorspellen zijn. Bij SAO mogen de assets wel falen.

Het is niet gezegd dat voor niet-kritieke assets SAO altijd de beste onderhoudsstrategie is. Als de faalkosten hoger zijn dan de kosten van verzorgend onderhoud, dan ligt TAO of GAO voor de hand.

Functioneel testen

De vierde onderhoudsstrategie is functioneel testen (FT). Hiermee worden assets onderhouden die standby staan, zoals noodstroomaggregaten, drukopmeters, brandmelders, noodverlichting, (nood)afsluiters en standby pompen. Meestal fungeren deze assets als backup voor andere assets. Bij het uitvallen van de primaire assets, moeten de backup-voorzieningen natuurlijk in staat zijn om te werken. Helaas is een storing in een backup-voorziening die niet in gebruik is, niet zichtbaar, terwijl de gevolgen groot kunnen zijn. Daarom worden deze voorzieningen periodiek functioneel getest.

Functioneel testen is niet hetzelfde als TAO. TAO wordt ingezet om falen te voorkomen. Bij FT wordt verborgen falen opgespoord. Er is dan dus al sprake van falen. Een overeenkomst tussen TAO en FT is dat bij beide strategieën voor onderhoud sprake is van schouwen, testen op functioneren en conditiemetingen. De frequentie waarmee FT wordt uitgevoerd, is afhankelijk van de benodigde betrouwbaarheid van het deelsysteem.

Onderhoudsplanning en uitvoering

De onderhoudsmaatregelen worden uitgewerkt in een onderhoudsplanning. In deze planning worden de maatregelen zo veel mogelijk gegroepeerd en geoptimaliseerd. Aan de uit te voeren activiteiten worden mensen en middelen toegekend. Uit de onderhoudsplanning volgt een budget. De maatregelen worden volgens planning uitgevoerd.

Monitoring, evaluatie en bijstelling

Voor het onderhoudsmanagement zijn de volgende gegevens voor een asset nodig:

  • de functionele prestatie-eisen (dit kunnen ook conditie- of kwaliteitseisen zijn);
  • de risico-acceptatiegrenzen;
  • het budget.

Vervolgens wordt in de gebruiksfase bijgehouden hoe een asset presteert. Dit is nodig om tijdig bij te sturen of in te grijpen. In de praktijk worden vaak de storingen genoteerd. Maar voor een goede monitoring is het ook nodig om de totale uitvaltijd en de gevolgen van de storing in kaart te brengen. Alleen dan kan achteraf worden getoetst of de opgetreden gebeurtenissen binnen de risico-acceptatiegrenzen vallen en of het onderhoud effectief is geweest.

Als er veel verschil zit tussen de geplande en de gerealiseerde prestaties, risico's en kosten, is een analyse van de oorzaken noodzakelijk. De resultaten van deze analyse kunnen aanleiding geven om bij te sturen. Dit kan door:

  • de prestatie-eisen bij te stellen;
  • de risicoacceptatiegrenzen bij te stellen;
  • de risicobeheersmaatregelen bij te stellen.

De wijziging in de kosten is een resultante van bovengenoemde bijstellingen.

Bronnen:

Scroll naar boven