Bruggenproblematiek schreeuwt om bestuurlijk breekijzer

Systematische aanpak van de verouderde bruggen stuit op weglopende kennis, versnipperd eigendom en voorzichtige ingenieurs die de neiging hebben alles te overdimensioneren.

Misschien is het wel tijd voor een landelijke bruggencommissaris, die voortvarend door alle bestuurlijke lagen weet te breken.

Dat stelt Danny Boer van Spie Nederland. Hij is dagelijks in de weer met de renovatie van vooral stalen bruggen en zit onder andere ook in een normcommissie die een modulaire en flexibele aanpak van bruggenbouw bepleit. Dat moet in de toekomst veel gemakkelijker reparaties en renovaties mogelijk maken. Boer ondervindt voortdurend dat partijen maar moeizaam tot elkaar komen ondanks de beste intenties. “Soms komt er eens een project op een veelbelovende manier tot stand, maar dat blijft dan vaak een eendagsvlieg en krijgt geen vervolg. “

De renovatie-opgave van de naoorlogse bruggen stagneert niet alleen, hij wordt door de versnipperde aanpak en de betrokkenheid van teveel stakeholders ook onnodig duur. Probleem is volgens Boer dat alle bruggen over één kam worden geschoren. Door een veel te theoretische aanpak waarbij veiligheid op veiligheid wordt gestapeld, lopen de kosten op en wordt de operatie veel te groot. “Soms kun je een brug afwaarderen naar een lagere categorie en kan hij ineens nog jaren mee. Iedereen wil altijd maar elke brug aan de zwaarste eisen laten voldoen.”

“Laat die vrije indeelbaarheid van brugdekken toch eens los”

Een heilig huisje waar hij tegen te hoop loopt is de vrije indeelbaarheid van brugoppervlakken. Bij renovaties van provinciale en stedelijke bruggen betekent het dat de brug op zo’n manier moet worden versterkt dat vrachtwagens in de toekomst ook over het fietspad zouden moeten kunnen rijden of in de middenberm. “Terwijl er heel veel bruggen zijn waar nauwelijks een vrachtwagen overheen gaat. En die rijdt in 98 van de 100 gevallen netjes over de rechter rijstrook. Ik zeg dan: versterk alleen die rechter rijstrook. Dat scheelt substantieel op de aanneemsom. Tientallen procenten. En het is echt niet zo dat hij instort als er dan toch nog per ongeluk een keer een vrachtwagen over de linkerrijstrook rijdt. Daarvoor waken de veiligheidsmarges die we in Nederland hanteren. Die zijn nog altijd heel solide.”

Bestuurlijk zwaargewicht moet patstelling doorbreken

Boer pleit voor aanstelling van een bestuurlijk zwaargewicht om de patstelling in de bruggenwereld te doorbreken. “Het moet iemand zijn met flinke bestuurlijke ervaring, die al die verschillende beheerders en opdrachtgevers kan oplijnen.  Zodat de opgave beter behapbaar wordt en betaalbaar blijft. Of de vergelijking helemaal op zijn plaats is, weet ik niet, maar naar analogie van de deltacommissaris in de waterwereld zou er misschien wel een bruggencommissaris moeten komen.”

Caspar Breman van IV-Consult ziet wel wat in die benadering. Hij was twee jaar terug betrokken bij de ontwikkeling van het concept van de doorschuifbrug. Dat ontstond als reactie op de plotselinge afsluiting van de Merwedebrug bij Gorinchem. Minister Schultz van Haegen liet toen weten dat ze in de toekomst meer betonnen bruggen wilde aanleggen. Maar dat was tegen het zere been van de staalsector, waaronder IV groep, Mammoet, Hollandia en nog een handvol bedrijven. Breman en consorten pleitten voor meer standaardisatie van breedtes en overspanningen. Dat maakt het mogelijk om op een werf een nieuwe Brienenoordbrug bouwen en die in een weekeinde, met minimale overlast op zijn plek leggen. Zo ontstaat er tijd om de oude op een werf te renoveren en die vervolgens op de plek te leggen van bijvoorbeeld de Merwedebrug, of een andere stalen brug die aan vervanging toe is. Zo zou er een doorschuifsysteem ontstaan, met minimale hinder voor de gebruikers.

Breman: “Terugdringen van hinder maakt, zoals iedereen weet een steeds groter deel uit van de totale bouw- en renovatiekosten in de infra. Dat kun je met het doorschuifsysteem efficiënt regelen, hoewel ik me realiseer dat dan heel andere zaken om de hoek komen kijken. Lokale bestuurders willen bijvoorbeeld niet altijd een tweedehands brug.  Als er dan toch veel geld uitgegeven gaan ze eerder voor een nieuw icoon dan voor een afdankertje. Zo spelen er veel meer politieke en lokale factoren. Maar daar zou zo’n bruggencommissaris wellicht juist een rol in kunnen spelen.”

Lees het hele artikel op Cobouw.nl

Scroll naar boven