Zinvol ingewikkeld maken leidt tot beste aanpak circulariteit

Of het nu beleidsmakers en besluitvormers of uitvoerders en beheerders zijn: iedereen in het publieke domein merkt dat zij niet meer in staat is de kwaliteit te leveren die de maatschappij vereist.

Geert Teisman trad op als gastspreker tijdens de vierde en laatste editie in een reeks themasessies over circulariteit en de openbare ruimte, die was georganiseerd door de Stichting Managing Public Space. Hij wees er in zijn bijdrage op dat in het openbaar bestuur uitvoering en beheer eigenlijk bijna altijd achter beleid en besluitvorming aan hebben gehobbeld.
 
“Van oudsher gaat de meeste aandacht uit naar de eerste stappen in het beleidsproces. Dan gaat het bijvoorbeeld om machtsvorming, agendering en beleidsvoorbereiding. Pas na de besluitvorming volgen uitvoering en beheer. Dat worden gezien als vooral technisch gedreven processen, waarvan iedereen min of meer verwacht dat het wel goed zal gaan. Het verklaart de huidige positionering van uitvoering en beheer: helemaal achteraan in de keten.”
Nu de complexiteit van de maatschappelijke vraagstukken toeneemt begint het stelsel steeds meer te piepen en te kraken, constateert Teisman. “We merken dat we niet meer de kwaliteit leveren die de maatschappij van ons vraagt. In feite past de wijze waarop we ons publieke domein hebben georganiseerd, niet meer bij de uitdagingen die deze tijd aan ons stelt. Er worden weliswaar door alle betrokkenen enorme inspanningen verricht, maar die blijken in de praktijk bedroevend weinig effect te hebben.”

Simpele oplossing veelal ineffectief

De oorzaak is volgens hem gelegen in de mismatch die in de loop der jaren is ontstaan tussen wat de publieke sector kan leveren en wat de samenleving van haar verlangt. “We komen uit een situatie van vrij stabiele, afbakenbare maatschappelijke problemen, die je in het publieke domein heel goed kon oplossen, op een manier waarmee de maatschappij ook tevreden was. Nu stelt diezelfde maatschappij veel hogere eisen. En wat er geëist wordt, is ook nog eens continu en in een veel hoger tempo aan verandering onderhevig dan in het verleden het geval was.”

De samenleving is met andere woorden een complex systeem geworden, dat heel veel chaotische elementen in zich draagt die niet of nauwelijks te voorspellen zijn. “Een complex systeem aansturen vanuit een verkokerde, opgeknipte en gelaagde overheid is problematisch. Je ziet dat de overheid is opgedeeld in stukjes en dat elk stukje zijn ding doet, maar dat leidt niet tot een effectieve omgang met complexe vraagstukken. Want om die op te kunnen lossen moet een groot aantal kleine veranderingen worden doorgevoerd op heel veel plekken in de samenleving. Dan pas maak je het verschil. Als je de aanpak te simpel maakt, dan weet je dat je ineffectief wordt.”

In complexe systemen heeft niemand meer voldoende kennis om rationeel te kunnen handelen, aldus Teisman. “Binnen de eigen scope denkt iedereen rationeel te handelen, maar als je het op het systeemniveau bekijkt handelt iedereen juist irrationeel. Dat besef moeten we met elkaar delen om de noodzakelijke vervolgstap te zetten.”

Ruimte creëren voor nieuwe combinaties

Die irrationaliteit bleek bijvoorbeeld uit Next City, een Rotterdams experiment, in het kader waarvan alle eisen, die vanuit de diverse beleidsthema’s aan de gebouwde omgeving werden gesteld, bij elkaar werden opgeteld om te bezien wat dit zou betekenen op straatniveau. Het toonde de ineffectiviteit van de huidige werkwijze feilloos aan. Teisman: “Als je alle eisen probeert te realiseren, dan is de uitkomst: onderlinge strijd, gedonder en schaarste aan ruimte.”

Je kunt in zo’n geval verstarren, je kunt het kleiner proberen te maken of je kunt muren gaan bouwen, aldus Teisman. “Maar je kunt ook ruimte proberen te creëren. Als iedereen in staat is even los te komen van de oplossingen die in het eigen optimaliseringsproces zijn bedacht, kunnen er hele mooie combinaties gemaakt worden.”

Het complexe complexer maken

Volgens Teisman ontstaat die ruimte als de vraagstukken waar we ons voor gesteld weten niet eenvoudiger maar complexer worden gemaakt. “Hoe meer problemen je stapelt, hoe meer ruimte je creëert om tot de beste oplossing of aanpak te komen. Dat is het complexificeren van de opgave.”

In een onderzoek naar de realisatie van het stationsplein van Utrecht toonde Teisman bijvoorbeeld aan dat de keuze om het vraagstuk breder te trekken en groter te maken en ook buiten de grenzen van het project te gaan kijken enorm heeft geholpen om een doorbraak in het project te bewerkstelligen. “Dat is een van de vormen van professionalisering die hoort bij het emancipatieproces. Je bent bereid om de grenzen die je hebt getrokken te overschrijden, breder te kijken en zo tot nieuwe inzichten of combinaties te komen.”

Een element daarin is de acceptatie van het feit dat de inzichten uit uitvoering en beheer minstens zo belangrijk zijn als die uit beleid. “Het gaat er daarbij niet om dat de een beter is dan de ander. Het gaat er juist om dat relaties korter, wederkerig en ook dynamisch worden.” Voorwaarde is wel dat beheerders en uitvoerders het vermogen ontwikkelen om zich in te leven in de positie van beleidsmakers. “Je moet in staat zijn om je ambities in beleidsrijke voorstellen te verpakken, zodanig dat de beleidsmakers er enthousiast van worden.

Een tweede element in het complexificeren is het inzetten en aanspreken van een heterogeen netwerk. “Veel netwerken zijn te homogeen van samenstelling. Daarin zitten teveel mensen, die hetzelfde denken als jij en dan heeft zo’n netwerk maar weinig toegevoegde waarde. Wil je effectiever zijn in je streven naar circulair, energiezuinig of klimaat adaptief beheer, dan zul je netwerk heterogener moeten. Ga kortom eens praten met mensen die je totaal niet begrijpt. En besef dat je veel meer actoren kunt toelaten en activeren in je netwerk dan je zelf denkt.”

Verbinden om van elkaar te leren

De derde dimensie van het complexificeren heeft betrekking op het proces. “We zijn nog teveel gevangene van onze procedures en richtlijnen”, aldus Teisman. “Dat betekent dat de bewegingsruimte en de mogelijkheden om tot nieuwe combinaties te komen enorm beperkt wordt. Terwijl innovatie juist vereist dat je jezelf losweekt uit je eigen gestolde opvattingen of uit je gestaalde stappenplannen en dat je voortdurend de bereidheid toont om allerlei processen parallel te laten verlopen en zodanig met elkaar te verbinden dat je van elkaar kunt leren. En daarbij is minstens zo belangrijk, dat je steeds weet te schakelen tussen een concrete oplossing en de bedoeling erachter. Als die professionaliteit ontstaat kom je tot een aanzienlijke voortgang.”

Voor professionals, zoals beheerders van de openbare ruimte, betekent het in de eerste plaats dat zij hun houding moeten aanpassen. Teisman: “Die zou moeten zijn: Ik ga er niet helemaal over, maar ga er wel helemaal voor. Dat is verduiveld moeilijk. Want het vereist ook het begrip dat heel veel actoren op onderdelen eigen taken, bevoegdheid en verantwoordelijkheid hebben.”

Daarnaast moeten beheerders in staat zijn om met een attractief openingsvoorstel te komen, waarmee zij andere betrokkenen uitdagen om met een nog beter voorstel te komen. “Dat is de manier waarop je in staat bent om de kennistekorten waar je mee zit te verminderen, omdat daarmee allerlei partijen op je afkomen met voorstellen om tot een beter en aantrekkelijker plan te komen.”

Daarbij is het van belang te begrijpen dat niet meer gesproken kan worden over één lineair beleidsproces of productieproces en veel te denken in termen van cirkels. “Daarmee bedoel ik niet: in cirkeltjes blijven ronddraaien, want dat is niet effectief. Het doel is juist om in een soort van helix terecht te komen. Weliswaar in een cirkel blijven rondlopen, maar telkens op een iets hoger niveau uitkomen. We beheren nu op een bepaalde manier, maar we voegen daar telkens elementen en kwaliteiten aan toe. Zoals circulariteit, klimaatadaptatie en energietransitie, maar ook een slimmere inzet van ICT, en werken een klanttevredenheid. Als iedere organisatie zijn eigen helix heeft, en we erin slagen om al die helices van al die organisaties op elkaar te laten ingrijpen, komen we in de buurt van de werkwijze die de samenleving van ons vraagt.”

Geert Teisman was op 1 juli de vierde spreker in de reeks van vier themasessies over circulariteit, georganiseerd door de Stichting Managing Public Space. De sessie droeg als titel ‘Begin bij beheer: de emancipatie van beheer’ en is terug te zien via https://youtu.be/cnT3psZNP6U.

Jan Jonker trad donderdag 17 juni op als derde gastspreker. De sessie droeg als titel ‘Collectieve waardecreatie in plaats van pilots’ en is terug te zien via https://youtu.be/MkNm9CkklLw.

Donderdag 4 juni verzorgde Patrick Witte, Universitair docent Spatial Planning, Sociale Geografie en Planologie aan de Universiteit Utrecht een sessie over ‘Alles samen en alles integraal?’. De bijeenkomst is te bekijken op: https://youtu.be/t674zZgR9wo

Eerste spreker was prof. dr. ir. Arjan van Timmeren, Hoogleraar Environmental Technology & Design aan de TU Delft. Zijn sessie, met als titel ‘Circulair beheer als bouwsteen van stedelijk metabolisme’, werd gehouden op donderdag 20 mei en is terug te zien via https://youtu.be/2NZZTSr0AK8

Op 14 oktober a.s. staat het slotdebat gepland. Nog niet aangemeld? Klik dan hier om je aan te melden.

Zeker als het gaat om ingewikkelde vraagstukken als circulariteit, energietransitie en klimaatadaptatie. Hoog tijd voor beheerders en uitvoerders om te emanciperen en te ‘complexificeren’, vindt prof. dr. ing. Geert Teisman. “We hebben het onszelf veel te eenvoudig gemaakt.”

Scroll naar boven